Je gebruikt Internet Explorer. Deze site werkt het best op een recentere browser zoals Chrome, Firefox of Safari. Lees hier meer

Vandaag open van 10:00 tot 18:00
plan je bezoek
DES-1997-07
COLLECTIE

Red de plastics!

Design Museum Gent en S.M.A.K. brengen de kunststoffen in hun collecties in kaart

door Eva Van Regenmortel en Eline van der Velde

In het klimaatdebat worden kunststoffen terecht met de vinger gewezen. Iedereen weet intussen dat ze moeilijk afbreekbaar en recycleerbaar zijn en een plasticsoep veroorzaken in de oceanen. In musea is de situatie echter omgekeerd. Daar maken medewerkers zich zorgen over de kunststofobjecten in hun collecties. Want sommige plastics mogen dan nooit vergaan, de meeste zijn wel degelijk – en soms zelfs op korte tijd – onderhevig aan aftakeling. Ze verkleuren, brokkelen af, zweten en vervormen, meestal als gevolg van chemische processen. Vaak zijn er al binnen 5 tot 35 jaar drastische sporen van verval te zien. Soms verandert dit het oorspronkelijke uitzicht van een object zo sterk dat curatoren twijfelen om het nog tentoon te stellen. En achter de schermen vragen de vele verschillende soorten kunststof, elk met hun eigen manier van verouderen, om een zorg op maat.

2017-0433_1-22
2001-0150
Dit doosje uit de jaren 1930 is gemaakt van fenol formaldehyde, de kunststof die beter bekend is als Bakeliet en ontwikkeld werd door de Gentenaar Leo Baekeland. Het object is verkleurd onder invloed van licht: de buitenkant, oorspronkelijk donkergroen zoals de binnenkant, is bruin geworden.

Kunststof is in vergelijking met hout, keramiek, zilver of glas een relatief nieuw materiaal in erfgoedcollecties. Design Museum Gent en S.M.A.K. bewaren samen zo’n 4000 stukken die helemaal of gedeeltelijk uit kunststof zijn gemaakt en starten samen een project rond kunststof. Momenteel registreren musea dit materiaal vaak eenvoudigweg als ‘kunststof’ in hun collectiedatabank. Als we de plastics in onze collecties beter willen monitoren, moeten we ze eerst preciezer identificeren. Daarom werken we aan twee termenlijsten waarmee we de materialen en de technieken van objecten juist kunnen benoemen. We maken ook definities van al die termen en een uniforme Nederlandstalige lijst met schadebeelden bij kunststoffen. Zo verstaan museummedewerkers hetzelfde onder een term en doen ze op dezelfde manier vaststellingen over de conditie van een collectiestuk.

DES.-1995.11
2005-0126
Het Amerikaanse Tupperware is met ca. 400 objecten ruim vertegenwoordigd in de collectie van Design Museum Gent. Deze Wonderlier Bowl uit de jaren 1960 is gemaakt van polyethyleen, die begint te verharden en vervormen.
2002-0114

Onderzoeken welke plastics voor welk object zijn gebruikt, doen we trapsgewijs: eerst via bronnenonderzoek, als dat niets oplevert via waarnemingen met de zintuigen en ten slotte - voor een restgroep van collectiestukken - door middel van chemische analyses. Voor het zintuiglijk onderzoek doen we beroep op de Nederlandse Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Die ontwikkelde de afgelopen jaren een do-it-yourselfmethode waarmee museummedewerkers zelf kunststoffen kunnen identificeren. Met behulp van een vragenlijst en een koffertje met stalen kom je door te kijken, ruiken, horen en voelen uit bij een bepaalde soort. De chemische analyses gebeuren in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. KIK beschikt over een labo en een databank met stalen van plastics. Die samples kunnen als referentie dienen en zullen we met dit project verder aanvullen.

Tegelijk met het identificeren van de kunststoffen bepalen medewerkers de conditie van alle kunststofobjecten. Die noteren ze per collectiestuk op een conditieblad zodat ze bij een volgende controle de impact van de veroudering beter inschatten. Alle objecten worden ook toegewezen aan een zorggroep, volgens de soort kunststof en de conditie waarin ze zich bevinden. Per zorggroep gelden er maatregelen, bijvoorbeeld in verband met de regelmaat van controles en van het vernieuwen van verpakkingsmateriaal, gezondheidsrisico’s voor medewerkers of het risico op aantasting van andere collectiestukken die dichtbij staan in het depot.

DES.-1997.06
De Tube Chair van de Italiaan Joe Colombo is gemaakt van buizen in polyvinylchloride (PVC) die bekleed zijn met polyurethaanschuim. Het polyurethaanschuim van dit exemplaar is verkleurd, verduurd en kleverig geworden.

Met dit project willen we voortaan beter zorgen voor de kunststoffen in onze collecties. Buiten de werkuren roepen we mee met de klimaatactivisten en in 2014 luidden we de alarmbel met de expo Plastic Garbage Project. Maar eens in het depot klinkt onze focus anders en even luid: Red de plastics!

Dit onderzoek naar de identificatie van kunststoffen en het uitvoeren van een conditiesurvey van alle kunststofobjecten in de collecties van Design Museum Gent en S.M.A.K. gebeuren in het kader van een project van drie jaar met de steun van de Vlaamse Overheid. Voor meer info, lees de projectpagina over plastics of neem contact op met projectmedewerker Eline van der Velde via eline.vandervelde@stad.gent.

2009-0090