Je gebruikt Internet Explorer. Deze site werkt het best op een recentere browser zoals Chrome, Firefox of Safari. Lees hier meer

Vandaag open van 9:30 tot 17:30
plan je bezoek
Maarten Van Severen & Co.
RONDLEIDING

Maarten Van Severen & Co

Het wilde ding

Terwijl Maarten Van Severen vooral bekend is om zijn minimalistische vormen­­taal, wees hij zelf deze na­druk af. Enerzijds omdat hij niets met de minimalistische kunststroming van de jaren zestig gemeen had en anderzijds omdat het een maximaal vermogen vergt om objecten te maken, die de essentie van hun gebruik belichamen. Hij leunde aan bij de sociale gedachte van de modernisten en het Bauhaus, in hun streven naar een universele, statusvrije taal, ten dienste van de mens, waarbij de vorm het logische gevolg is van functie en noodzakelijkheid.
Daarenboven werd hij als een alchemist gedreven door het omzetten van materiaal tot betekenisvol, op­geladen object. Hij schuurde zijn aluminium meubelen tot ze tot leven kwamen, en hij weigerde het hout waarin hij werkte te bedekken met een laag vernis, waardoor zijn tafels elke dag weer herinneren aan de nacht van gisteren. Sporen van gulzigheid, feestelijkheid. Afdrukken van het werkelijke leven. Zijn meubelen waren alles­behalve tam. Ze waren wild, zoals hij ook was. In alles wat hij ontwierp, zit de ziel van een wild dier dat niet aan de natuurwetten kan ontsnappen. Het laatste wat hij met zijn werk wou, was het creëren van tamme objecten die aan de consumptie­logica voldoen. Hij had de attitude van een ambachts­man, die geen andere keuze heeft dan ten dienste staan van zijn schepping. Nooit dacht hij vanuit stijl, ­altijd vanuit ­essentie en harmonie. Liefde en nabij­heid waren in alles zijn drijfveer.
Het boek Het wilde ding is geen catalogus bij een tentoonstelling. Het is een op zich staande verzameling essays die zoekt naar een nieuwe betekenis voor een discipline in crisis. Vandaag staat design veelal in dienst van status en een uitgesproken vorm, die niet langer verbonden is met een onder­liggende ethische of andere gedachte. Bovendien is de designer van vandaag verantwoordelijk voor het afval van morgen. Het is dus niet onlogisch dat er binnen het design discours gezocht wordt naar nieuwe methodes en uitgangs­punten. De makers beweging, slow design, open design, cradle to cradle, social design zijn er allemaal voorbeelden van.
Het wilde ding
brengt ze samen en gaat nog een stap verder, geïnspireerd door enerzijds Maarten Van Severen en andere designers, en anderzijds de fenomenologen en andere denkers die op zoek gaan naar ‘de ziel der dingen’. Het ‘aura’ zoals Jasper Morrison het omschrijft, of ‘de intrinsieke gloed van de binnenkant der dingen’ zoals Joost Zwagerman schrijft over de koppen en de kruiken in de stillevens van Gorgio Morandi. Cees Nooteboom heeft het dan weer over de ‘mystieke allure’ der dingen. Wat is dit licht dat een gebruiks­voorwerp, los van de schijnwerpers van de marketing tot leven brengt? Voor sommigen is het de archetypische vorm die raakt voorbij de herinnering, voor anderen een spirituele intentie zoals de vilters uit Kirgizstan, of gewoon, de ziel van de boom die verder leeft in de meubelen van bijvoorbeeld George Nakashima. Terwijl het boek mijmert langs designers, filosofen, kunstenaars en dichters, verzamelt de tentoonstelling geestesgenoten rond de stille objecten van Van Severen. Geruisloos en onzichtbaar weven ze een net door de museumzaal, laden ze de kamer op, vibreren ze klankloos met de ziel van de bezoekers.

“By sculpting, shaping, embroidering, drawing geometrical lines on leather or weaving symbolic patterns, the craftsman gives material form and outward expression to his inner beauty which is within him in such a way that it enters the ‘aura’ of the object, and captures the attention of those who see for centuries to come. This is the whole secret of creation.” – Amadou Hampaté Ba

Het wilde ding, p. 56

“Be aware of your intention while making love. You generate an energy of creation in every union. Be aware to have a loving intention, in order to send loving creative forms out into the universe.” – Pema Gitama

Het wilde ding, p. 96