Je gebruikt Internet Explorer. Deze site werkt het best op een recentere browser zoals Chrome, Firefox of Safari. Lees hier meer

Vandaag open van 9:30 tot 17:30
plan je bezoek
Afb 6 rechthoek website4
COLLECTIE

Een kosmopolitische stoel voor Philippe Wolfers' rooksalon

Paul Hankar

door Marie Becuwe

Op het einde van zijn leven ontwierp de Brusselse art-nouveau architect Paul Hankar (1859-1901) het buitenverblijf van de bevriende edelsmid en kunstenaar Philippe Wolfers (1858-1929). In 1899 had Wolfers samen met zijn broer Max en zijn neef Albert een groot perceel gekocht in een nieuwe wijk in het gehucht Maleizen op de grens tussen Overijse en Terhulpen. De groene omgeving en de vlotte verbinding met de hoofdstad maakten van Maleizen een geliefde plek bij rijke Brusselaars. Met de bouw van een ruim buitenverblijf en de keuze voor een vooraanstaande architect bestendigden de broers en neef Wolfers hun sociale status als zaakvoerders van het florerende zilverwerkbedrijf Wolfers Frères. Het domein van de familie Wolfers werd volledig ontworpen door Paul Hankar op de villa van Max Wolfers na. Voor Philippe Wolfers tekende hij de villa Les Glycines, wat blauweregen betekent, en een vrijstaand atelier. Voor Albert ontwierp hij de villa Les Mimosas.

Portret van Paul Hankar, foto Géruzet Frères.

Portret van Paul Hankar ©Géruzet Frères

De villa’s van Max en Albert Wolfers © Théo Van den Heuvel, privécollectie

De villa’s van Max en Albert Wolfers
De villa’s van Max en Albert Wolfers

De villa’s van Max en Albert Wolfers © Théo Van den Heuvel, privécollectie

Het totaalconcept baadde in een oosterse sfeer, eigen aan het artistieke klimaat van die tijd. Nadat het geïsoleerde Japan in 1854 de poorten had geopend voor internationale handel, was in Europa en Amerika een ware Japanse rage ontstaan. Via galeries, kunstcollecties, tijdschriften en wereldtentoonstellingen verspreidden Japanse kunstvoorwerpen en prenten zich over de westerse wereld. Voor kunstenaars was het japonisme een creatieve verademing, voor de gegoede burgerij een nieuwe mode. Zoals het werk van Paul Hankar en Philippe Wolfers aantonen, vormde de Japanse kunst met haar gestileerde vormgeving, vakmanschap en materiaalrijkdom een belangrijke voedingsbodem voor de art nouveau. Het buitenverblijf van de familie Wolfers illustreert niettemin dat invloeden uit Japan, China en het Midden-Oosten zich in het Westen vaak probleemloos met elkaar vermengden. In het park voorzag Hankar een Japanse siertuin met een bruggetje over een waterlelievijver en een ren met pauwen en goudfazanten. De overdekte balkons en de balustrades met gestileerde motieven gaven de cottage van Philippe Wolfers dan weer het aanschijn van een Chinees paviljoen.

De oosters geïnspireerde vormgeving kende een hoogtepunt in het interieur van het rooksalon van Villa Les Glycines, waarvoor Paul Hankar een bijzonder meubelensemble ontwierp. Drie identieke stoelen, een taboeret en een tafel uit deze kamer kwamen via Philippes zoon Marcel Wolfers in de collectie van Design Museum Gent terecht. Ondanks de gangbare opvatting dat de rookkamer van een japoniserende sfeer was doordrongen, mag de invloed van traditionele Chinese interieurs niet worden onderschat. Daar namen meubels immers een centrale plaats in, terwijl het beperkte Japans meubilair veelal in de architectuur was geïntegreerd achter schuifpanelen, trappen of valluiken.

Philippe Wolfers

Portret van Philippe Wolfers (uit Adriaenssens & Steel, De Wolfers dynastie, 2006).

Stoel voor het rooksalon van Villa Les Glycines

Stoel voor het rooksalon van Villa Les Glycines © Design Museum Gent, www.artinflanders.be, een initiatief van meemoo, foto Cedric Verhelst.

De stoelen uit het rooksalon getuigen van Paul Hankars zeer persoonlijke stijl. In tegenstelling tot de zwierige, florale art nouveau van Victor Horta zocht Hankar zijn toevlucht tot sobere, geometrische vormen. De stoelen geven expliciet blijk van zijn interesse in het Verre Oosten. De sobere vormgeving met gestileerde ornamenten, het lederen vlechtwerk en de combinatie van donkere en lichte houtsoorten zijn kenmerkende oosterse elementen. Vormelijk vertoont het stoelontwerp gelijkenissen met traditionele Japanse en Chinese vouwstoelen. In de Japanse cultuur, waar vooral op de grond werd gezeten, waren stoelen niettemin weinig gebruikelijk. De zitmeubelen, die veelal waren overgewaaid vanuit China, vervulden er voornamelijk prestigieuze functies in heiligdommen of als statussymbool voor de Japanse elite.

Taboeret voor het rooksalon van Villa Les Glycines © Design Museum Gent.

Taboeret voor het rooksalon van Villa Les Glycines © Design Museum Gent

Als onderdelen van het oosters geïnspireerde rooksalon worden de stoelen logischerwijs in verband gebracht met het Verre Oosten. Toch is het niet uitgesloten dat Hankar ook in Afrika inspiratie vond. Vouwstoelen waren immers zeer courant in de koloniale context. Koloniale machten, zoals Groot-Brittannië en de Belgische koning Leopold II, maakten tijdens buitenlandse expedities gebruik van vouwstoelen en andere campaign furniture. Hun eenvoudige, functionele vormen en het gebruik van leder vormen duidelijke raakvlakken met de stoelen voor het rooksalon. Naast koloniale meubelen had Paul Hankar mogelijk ook oog voor Afrikaanse meubelkunst. Tijdens de Wereldtentoonstelling van 1897, gewijd aan de Onafhankelijke Congostaat van Leopold II, had hij als interieurontwerper in elk geval ten volle kennis kunnen maken met Congolese vormen en materialen. De meubels die Hankar voor het Koloniënpaleis in Tervuren ontwierp, waren uitgevoerd in Congolese materialen en verwezen soms naar inheemse meubeltypes, zoals de Congolese Luba taboeret. Geprofileerde houtverbindingen en het gebruik van mahoniehout en leder in deze zogenaamde style congo kenmerken eveneens zijn latere stoelontwerp voor het rooksalon.

Tafel voor het rooksalon van Villa Les Glycines © Design Museum Gent

Tafel voor het rooksalon van Villa Les Glycines © Design Museum Gent

Ontwerp voor de stoel (profiel en kussen) © KMKG, fonds Paul Hankar, dossier Cottage Wolfers Philippe Overijse

Ontwerp voor de stoel (profiel en kussen)

Deze ‘exotische’ invloeden combineerde Paul Hankar met elementen uit de neo-Vlaamse renaissance, de stijl van zijn leermeester Hendrik Beyaert. Die combinatie van traditie en vernieuwing vormde een constante in Hankars meubelkunst. In het stoelontwerp manifesteert de invloed van de neo-Vlaamse renaissance zich vooral in het gebruik van leder en de zichtbare pen-en-gatverbindingen. In de rationele opbouw van de stoel met overwegend schuine lijnen was Hankar eveneens schatplichtig aan het rationalisme van de Franse architect Eugène Viollet-Le-Duc. De veelheid aan inspiratiebronnen maakt van de stoel voor het rooksalon een opmerkelijk kosmopolitisch object.

Bronnen

  • Fonds Paul Hankar, dossier Cottage Wolfers Philippe Overijse, Brussel: KMKG.
  • Sandro Bocola (ed.), African Seats, Prestel, München, 1995.
  • Guy Conde-Reis, “Paul Hankar en de invloed van de Chinese architectuur”, Erfgoed Brussel, 19-20, 2016, pp. 93-105.
  • Lieven Daenens, “Bouwkunst als synthese van verschillende uitdrukkingsmiddelen”, in: Werner Adriaenssens, Lieven Daenens en François Loyer, Paul Hankar als interieurarchitect, Koning Boudewijnstichting, Brussel, 2005.
  • Kazuko Koizumi, Traditional Japanese Furniture. A Definitive Guide, Kadansha Intern, Tokyo/ New York, 1986.
  • François Loyer, Paul Hankar. La naissance de l’art nouveau, AAM, Brussel, 1986.